p 4.3 angst

Angst bij asielhonden


Help je angstige hond weer wat zelfzekerder te worden!

Veel asielhonden kampen met angst ten gevolge van negatieve ervaringen in hun verleden. Deze angst kan zich beperken tot een specifiek onderwerp (bepaalde soortgenoten, andere dieren, mannen met een baard, mensen met een bepaalde huidskleur, harde geluiden etc.), maar kan zich in een verder gevorderd stadium bijvoorbeeld ook uitbreiden naar een breder scala aan prikkels die de hond in zijn dagelijks leven tegenkomt (gegeneraliseerde angststoornis). Afhankelijk van de mate, kan angst zeer beperkend zijn voor het welzijn van de hond, evenals diens band met de eigenaar.

Herkennen van angst

Iedere hond uit gevoelens van angst op zijn eigen manier. Sommige honden vocaliseren (blaffen, piepen, janken) in een acute angstsituatie, andere honden trekken zich enkel terug of gaan steun zoeken bij de eigenaar of andere honden in het huishouden. Toch kunnen we, als we goed kijken, universele symptomen van angst bij onze honden herkennen. Een bange hond neemt vaak een lage houding aan, dat wil zeggen dat hij tracht laag bij de grond te blijven, veelal zijn staart (gedeeltelijk) tussen zijn achterpoten klemt en zijn oren in zijn nek legt. Dit gaat vaak gepaard met stresssignalen als het tonen van oogwit, het met de tong richting de neus bewegen (tongelen) en het opzetten van de haren op de rug (borstelen).

Soms zie je dat een hond ineens gedrag gaat vertonen dat totaal niet passend lijkt bij de situatie (bijvoorbeeld over de grond snuffelen), dit noemen we ook wel overspronggedrag.

Wanneer een hond het gevoel heeft niet te kunnen ontsnappen uit de benarde situatie, kan hij tevens agressie inzetten richting zijn omgeving (tanden ontbloten, grommen, ‘snappen’ of zelfs bijten). Deze agressie kan zich uiten richting de stressor (de prikkel die angst opwekt) zelf, maar ook richting andere mensen, dieren of voorwerpen in de directe omgeving.

Oorzaken

Angst kan op verschillende manieren ontstaan, maar vaak ontstaat het doordat een hond slecht gesocialiseerd is op jonge leeftijd. Sommigen komen uit de broodfok en hebben daardoor de eerste 8 á 15 weken niks anders gezien dan de schuur waar ze in zijn opgegroeid. Hierdoor hebben ze niet geleerd dat alles wat hoort bij ‘in een huis wonen en de straat op komen’ normaal is. Andere slecht gesocialiseerde honden hebben in het begin een baasje gehad die toch te weinig tijd voor ze had of niet goed wist hoe een pup gesocialiseerd moet worden.

In sommige gevallen zit het ras ook niet mee, niet alle rassen zijn van nature heel sociaal naar alles en iedereen. Het zou ook kunnen zijn dat de ouderhonden al wat angstige honden waren, dit kan ook invloed hebben op de jonge pups.

Uiteraard spelen ervaringen ook mee en dan vooral de negatieve ervaringen. Soms zijn de honden mishandeld en daardoor bang voor mensen of bepaalde mensen. Ze kunnen simpelweg ook ooit heel erg geschrokken zijn van een brommer of fietser en daardoor alles wat beweegt op wielen associëren als iets engs. Of denk aan kinderen die heel druk en plotseling kunnen bewegen of per ongeluk de hond pijn hebben gedaan waardoor je hond angstig is voor kinderen.

Kortom: je hond kan angstig zijn simpelweg door wie hij (of zij) is, DNA, karakter en ervaringen. Daar kan je niks meer aan doen, maar je kan je hond gelukkig wél helpen langzaam aan weer een beetje zelfverzekerder te worden. Tips en/of een socialisatieplan vind je in de gratis downloads hieronder!


Raadpleeg een ervaren hondengedragstherapeut wanneer je merkt dat het welzijn van je hond (of anderen) in het gedrang komt! Kijk op de website van de NVGH, SPPD of certipet voor geaccrediteerde trainers, hondenscholen en gedragstherapeuten bij jou in de buurt.